Duurzame vleesconsumptie

Het kan velen verbazen maar minder vlees eten, tot zelfs één keer per week een vleesmaaltijd vervangen door een vegetarische, is duurzaam op verschillende niveaus. Het is goed voor je gezondheid, de planeet en je medemens.

Gezondheid

Het eerste niveau is je gezondheid. In 2004 toonde de nationale voedselconsumptiepeiling aan dat Belgen te veel vlees en te weinig groenten en fruit op hun menu staan hebben. Volgens de actieve voedseldriehoek is 100g vlees per dag zeker voldoende. Mensen die echter per dag zowel charcuterie als een maaltijd met vlees eten, consumeren dus feitelijk te veel vlees. Een te hoge vleesconsumptie zorgt voor een hoge inname van verzadigde, dierlijke vetten die zorgen voor een hoge cholesterol en hart- en vaatziekten. Daardoor stijgt de kans op - vaak dodelijke - hart- en vaatziekten en zwaarlijvigheid. Een rapport van de Wageningen Universiteit in Nederland raadt de bevolking dan ook aan om minder eiwitrijke producten in te nemen wegens een te hoog niveau van eiwitten in andere voedingsmiddelen. Door de inname van te veel eiwitten, is er een grotere kans op de hierboven vermelde ziektes.

Bij een vegetarische maaltijd, echter, zijn groenten logischerwijs een belangrijke factor. Hierdoor krijg je meer antioxidanten, mineralen en vezels binnen die je lichaam nodig heeft om gezond en fit te blijven. De mineralen in groente en fruit zorgen voor de gezondheid van het beendergestel, vezels zijn goed voor het darmstelsel en het verlagen van het cholesterolgehalte in het bloed en de antioxidanten zijn ons natuurlijk afweersysteem.

Ook de enorme massaproductie van vlees zorgt hier voor problemen. Jaarlijks worden er in België alleen al zo’n 285 miljoen dieren gedood voor menselijke consumptie. Dit zorgt er o.a. voor dat dieren in veel te kleine ruimtes leven, waardoor ziektes alomtegenwoordig zijn. De benodigde antibiotica en hormonen om de dieren gezond te houden komen onvermijdelijk ook op ons bord terecht, wat bezwaarlijk gezond kan worden genoemd.

Mensen die bewust en intensief bezig zijn met gezondheid in het algemeen kiezen er dan ook vaak voor minder vlees te consumeren. Hierdoor eet men vaker evenwichtigere maaltijden met minder vetten en meer vitamines.

Planeet

Maar behalve je eigen gezondheid kan je ook de planeet helpen met het minderen van je vleesconsumptie. Vleesproductie is namelijk een van de belangrijkste oorzaken van de opwarming van de aarde, de ontbossing, watervervuiling en verzuring. De productie en consumptie van vlees is verantwoordelijk voor één vijfde van de totale broeikasuitstoot, waarbij het hoger komt te staan dan de emissie van auto’s. Een voorbeeld: voor 170 g biefstuk is 0,6 liter fossiele brandstof nodig. Voor 110 g bloemkool is 0,04 liter fossiele brandstof nodig. Maar ook methaan en stikstofoxide zijn broeikasgassen die vrijkomen door de vleesproductie, beiden hebben een veel groter effect dan CO2. Methaan vinden we terug in de maag- en darmgassen van koeien, schapen en geiten; 16% van alle methaanemissies wereldwijd is afkomstig van veeteelt. 80% van de jaarlijkse toename van stikstofdioxide in de atmosfeer is afkomstig van de meststoffen die gebruikt worden bij het telen van veevoeder.

Daarnaast is er ook heel erg veel water nodig om vee en hun veevoedergewassen te laten groeien. De landbouw is dan ook ’s werelds grootste waterverbruiker: voor de productie van 1 kg dierlijke eiwitten is 100 keer meer water nodig dan voor 1 kg plantaardige eiwitten. Onderstaande tabel geeft weer hoeveel liter water nodig is voor de productie van 1kg van een bepaald landbouwproduct.

Landbouwproduct Aardappel Tarwe Maïs Sojabonen Rundvlees
Waterverbruik per kilogram 500l 9.000l 1.400l 2.000l 16.000l

 

Hoewel water en energieverbruik de meest zichtbare nadelen van de vleesproductie zijn, zijn deze jammer genoeg niet de enige. Een aantal indirecte gevolgen van vleesproductie zijn tevens bijzonder schadelijk voor het milieu.

Zo produceren al deze dieren ook mest, die o.a. nitraten bevat. Deze nitraten komen deels in grond- en oppervlaktewater terecht. Dit bedreigt niet alleen de kwaliteit van het drinkwater (in het lichaam wordt nitraat omgezet tot het kankerverwekkende nitriet) maar vooral de binnenwateren en de ecosystemen en visbestanden die hiervan afhankelijk zijn. De term die hiervoor gebruikt wordt is ‘vermesting’: dit is de ontregeling van ecologische processen en kringlopen door een overmatige toevoer van nutriënten als stikstof, fosfor en kalium in het milieu. Dit alles bedreigt de biodiversiteit, het grond- en oppervlaktewater, drinkwatervoorziening, bodemprocessen, enz. Dit is ook in Vlaanderen een probleem, waar er jaarlijks 205 miljoen kg mest wordt geproduceerd, terwijl er slechts verwerkingsruimte is voor 139 miljoen kg. Er is dus een ernstig mestoverschot. De 7,6 miljoen varkens in België produceren maar liefst 16 kg mest per kilogram varkensvlees. In de V.S kan een groot varkensbedrijf 2,5 miljoen varkens per jaar voortbrengen die samen meer mest produceren dan de volledige stad Los Angeles.

Ook ontbossing is een belangrijk nefast gevolg van veeteelt. Samen met houtproductie staat veeteelt namelijk in voor het merendeel van de ontbossing wereldwijd. Bij veeteelt wordt het bos niet enkel geruimd voor weiland, maar ook voor de teelt van voedergewassen. Een beduidend probleemgebied zijn de tropische regenwouden. Sinds 1950 is 200 miljoen hectare tropisch regenwoud gekapt, wat overeenkomt met één vijfde van de wouden van de wereld, of meer dan de helft van alle tropisch regenwoud. 70% van deze ontbossing is te wijten aan veeteelt (zowel voor het kweken van sojabonen voor in veevoeders, als graasland). Door de ontbossing in de tropische regenwouden gaat ook de enorme rijkdom aan plant- en diersoorten verloren. Ook in België leidde ontbossing in het verleden voor sterke ecologische verschraling.

Tenslotte, en zoals reeds vermeld bij vermesting, is ook verzuring een grote boosdoener voor het milieu. Dit wordt veroorzaakt door zwavel- en stikstofverbindingen die via de atmosfeer in lucht, bodem en water terechtkomen. Door deze verzuring sterven bossen af en vergrast de heide, verzuren meren en is er aantasting van visbestanden en grond- en oppervlaktewater. Het bekendste geval van verzuring is wellicht de “zure regen”. Maar liefst 31% van de verzuring in Vlaanderen wordt veroorzaakt door veeteelt, dit is nog meer dan de elektriciteitscentrales (18%) en het verkeer (16%). Deze hoge verzuring door veeteelt is te wijten aan de zeer hoge uitstoot van ammoniak (vooral via mest). Ammoniak is dan ook uiterst schadelijk voor de natuur, en onder meer heide, paddenstoelen, korstmossen, vlinders en reptielen verdragen het niet.

Medemens

Het minderen van je vleesconsumptie kan ook je medemens helpen. 1 of 2 maal per week vegetarisch eten kan een belangrijke rol spelen in een duurzame oplossing voor het hongerprobleem in de wereld. Vandaag de dag sterven elk jaar zo’n 6 miljoen kinderen aan ondervoeding maar ondertussen leven wel 18,1 miljard runderen, kippen, varkens, schapen en geiten op ongeveer 76% van alle landbouwgrond op deze planeet. Door het minderen van vleesconsumptie kunnen de graangewassen, normaal bedoeld voor het veewas, gebruikt worden voor directe menselijke consumptie. Een paar cijfers: voor 1kg rundvlees is 7 à 8 kg graan nodig, het equivalent van ongeveer 14 broden. Kort gesteld, met de hoeveelheid gewassen nodig om één persoon te voorzien van rundvlees, kan je tevens 8 personen voeden. Bovendien wordt 44% van alle graangewassen in de wereld gebruikt als veevoeder, hierdoor neemt de teelt van veevoedergewassen ongeveer een kwart van alle beschikbare akkerland in.

Door minder of geen vlees te eten geef je dus de kans aan armere landen om gewassen te telen voor eigen consumptie of verkoop. Dit kan één element zijn van een complexe maar duurzame oplossing voor het wereldhongerprobleem.

Hoe duurzaam is vlees?

Om de duurzaamheid van vlees te bepalen, moeten we met een aantal belangrijke factoren rekening houden. Hier bespreken we kort voederconversie en de voedselkilometers.

De term ‘voederconversie’ is eigenlijk een maatstaf voor vleesproducerende bedrijven om te zien hoe efficiënt een bepaalde diersoort voedsel omzet in bruikbaar vlees. Als bijvoorbeeld een bepaald dier een voederconversie van 2 heeft, wil dit zeggen dat dit dier 2 kg voedsel nodig heeft voor 1 kg vlees. Dit hangt sterk af van het soort dier. Varkens hebben bijvoorbeeld een voederconversie van 2,70; zij eten dus 2,70 kg veevoer om tot 1 kg bruikbaar varkensvlees te komen. Bij vleeskippen is dit 1,72. Zij eten dus 1,72 kg veevoeder om tot 1 kg kippenvlees te komen.

Bij vlees eten komt echter veel meer kijken dan veevoeders alleen. Er is nog het transport van de levende dieren naar het slachthuis, het transport van het vlees naar de verschillende distributiecentra en de winkels, de koeling in zo’n vrachtwagen. Deze factoren kunnen worden samengevat onder de term ‘voedselkilometer’: het aantal kilometers dat een product moet afleggen voor het in de winkel ligt. Ook voor de ingrediënten van de voeders is de voedselkilometer belangrijk. Veevoeders bestaan namelijk hoofdzakelijk uit maïs en soya; deze soya is is afkomstig uit Brazilie en Thailand, verre landen dus waardoor de teller van de voedselkilometers snel de hoogte in gaat!

In onderstaande grafieken worden een aantal belangrijke aspecten samengenomen om te vergelijken tussen verschillende diersoorten - bestemd voor consumptie - en hun impact op het milieu: brandstofgebruik (fossiele brandstoffen), klimaatverandering (broeikasgassen), ruimtebeslag (landgebruik). De eerste tabel toont hiervan een gemiddelde, de tweede tabel toont de 3 aspecten apart.

Je kan uit deze tabellen verschillende conclusies trekken: ze tonen aan dat rundvlees een enorme impact heeft op het milieu en dat kip en kalkoen veel lager scoren. Qua duurzaamheid is het dus beter om – als je dan voor vlees kiest – best voor gevogelte te kiezen.

Bronnen

Animal Sciences Group, Wageningen Universiteit Nederland (2009), Sedek L.B.J, Temme E.H.M, De humane eiwitbehoefte en eiwitconsumptie en de omzetting van plantaardig eiwit naar dierlijk eiwit Rapport 232, Lelystad, Nederland.

Anoniem (1997). België: veeteelt is belangrijkste bron van verzuring in Vlaanderen. LBActualiteiten, nr. 34 (14-11-1997). Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Den Haag, Nederland. Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Internet: http://www.vmm.be/

Bouwman, A.F. (1998). Nitrogen oxides and tropical agriculture. Nature 392(6679) : 866-867.

Bruenig, J. (1991). Tropical Forest Report. Government of the Federal Republic, Bonn, Germany. Steinfeld, H.; de Haan, C.; Blackburn, H. (1997). Livestock - Environment Interactions. Issues and Options. A study coordinated by the Food and Agriculture Organisation of the United Nations, the United States Agency for International Development and the World Bank. European Commission, Brussels, Belgium.

Consumentenbond, afdeling Onderzoek. Onderzoeksverslag: vergelijking van vleessoorten: voedingswaarde, welzijn en milieudruk. http://www.consumentenbond.nl/morello-bestanden/93079/Rapport_Vlees_Consumentenbo1.pdf. 2007,Nederland

de Haan, C.; Steinfeld, H.; Blackburn, H. (1997). Livestock and the Environment. Finding a Balance. A study coordinated by the Food and Agriculture Organisation of the United Nations, the United States Agency for International Development and the World Bank. European Commission, Brussels, Belgium.

EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief)

FAO (2000). Food and Agriculture Organisation Statistical Databases (FAOSTAT). Food and Agriculture Organisation of the United Nations (FAO), Rome, Italy. Internet: http://apps.fao.org/

Food Consumption Survey, Belgium 2004, Cox B, Debacker N, De Vriese S, Drieskens S, Huybrechts I, Moreau M, Temme L, Van Oyen H. Food Consumption Survey Interactive Analysis (NUTRIA), Unit of Epidemiology, Scientific Institute of Public Health, Brussels, Belgium.

Heirman, J.P. et al. (1997). MINA-plan 2. Het Vlaamse Milieubeleidsplan 1997-2001. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer (AMINAL), Brussel, België. Van Steertegem, M. et al. (2000). Milieu- en natuurrapport Vlaanderen: scenario's. MIRA-S 2000. Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), Aalst, België en Garant Uitgevers NV, Leuven, België en Apeldoorn, Nederland.

Ik leef groen, http://www.ikleefgroen.nl/. 2010. Den Haag, Nederland

Key, T.J.; Davey, G.K.; Appleby, P.N. (1999). Health benefits of a vegetarian diet. Proceedings of the Nutrition Society 58 (2) : 271-275.

Milieudefensie (2000). Milieuorganisaties slaan alarm over vrije verkoop ammoniakrechten. Mestopkoopregeling nekt ammoniakbeleid. Persberichten. Milieudefensie, Amsterdam, Nederland.

Minority Staff of the US Senate Committee on Agriculture, Nutrition and Forestry (1997). Animal Waste Pollution in America: an Emerging National Problem. Environmental Risks of Livestock and Poultry Production. Report Compiled by the Minority Staff of the US Senate Committee on Agriculture, Nutrition and Forestry for Senator Tom Harkin (D-IA), Ranking Member. United States Senate, Washington DC, USA.

Pimentel, D.; Houser, J.; Preiss, E.; White, O.; Fang, H.; Mesnick, L.; Barsky, T.; Tariche, S.; Schreck, J.; Alpert, S. (1997). Water resources: agriculture, the environment and society. Bioscience 47 (2) : 97-106.

Pimentel, D.; Pimentel, M. (1996). Food, Energy and Society (Revised Edition). University Press of Colorado, Boulder, Colorado, USA.

SCS Boehringer Ingelheim Comm.V., Vesalius Science Park, http://www.gezondevarkens.be, Brussel, Belgie.

Steinfeld, H.; de Haan, C.; Blackburn, H. (1997). Livestock - Environment Interactions. Issues and Options. A study coordinated by the Food and Agriculture Organisation of the United Nations, the United States Agency for International Development and the World Bank. European Commission, Brussels, Belgium. World Resources Institute (WRI). Internet: http://www.wri.org/

Unicef (1998). The State of the World's Children 1998. Focus on Nutrition. United Nations Children's Fund (UNICEF), Geneva, Switzerland.

Verde (2000). Vlees. Infobladen. Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO), Brussel, België. Internet: http://www.ecoline.org/verde/

VMM (2000). Vermesting. Een probleem van fosfaat en nitraat. De Verrekijker 1 (1) : 16. Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), VMM-publicaties, Oostende, België.